Het Nieuwe Trivium Logo
 
 

Socrates in Turkije

Erik Boers wednesday 16 juni 2010

Met een groep van 26, mij grotendeels onbekende, collega-trainers/coaches/adviseurs verbleef ik onlangs een week in Turkije. We bevolkten een gemoedelijk pension aan de westkust, met uitzicht op het Griekse eiland Samos. Een succesvol initiatief van Marjo Korrel.
De zon straalde, de tuin stond prachtig het in bloei, de mensen waren bijzonder gastvrij en de keuken was uitmuntend. Tegen het eind van elke ochtend en rond het begin van de avond werden er workshops van twee uur aangeboden in ‘Open Space’. Zo leer je van en met elkaar.

 

Onvermijdelijk dook na enkele dagen in dit kakelbonte programma de vraag op: Wat is ons vak eigenlijk? Hebben we wel hetzelfde vak? Is dit wel een vak? Een goed vertrekpunt voor een Socratisch Gesprek. Ik bood aan een gesprek te leiden van twee sessies (avond en de volgende ochtend), zodat de nacht raad kon brengen. De wet van de twee voeten stelde ik buiten werking: wie mee wilde doen, deed de hele tijd mee. Er meldden zich niet minder dan 16 belangstellenden, terwijl ik gerekend had op max acht. Een mogelijk opduikend Balkanconflict meed ik meesterlijk door enthousiast te betuigen dat dat ook moest kunnen. En natuurlijk lukte het. De deelnemers werkten geconcentreerd en gedisciplineerd mee. En dat scheelt.

 

Dit zijn de stappen die we hebben gezet:

 

Gezamenlijk vaststellen van de vraag. Deze werd uiteindelijk “Wat is de waarde van ons vak?”. Hier namen we de tijd voor, ook om de voorkeuren voor bepaalde vragen goed toe te lichten en door te spreken. Want de keuze voor een vraag is al een hittepuntje, dat je Socratisch kunt onderzoeken: vanwaar je voorkeur?

 

Vinden van een geschikt voorbeeld. Dit liet ik doen in groepjes van vier, elk groepje levert één voorbeeld: een situatie waarin het aankwam op vakmanschap. Dat ging lekker vlot: in twintig minuten waren de groepen er uit. Tien minuten later stonden er vier voorbeelden op de flipover in drie zinnen: Wat is de context? Wat was het hittepunt? Wat is hier de waarde van het vak? Ook dat leverde al veel denkwerk. Zeker toen we weer gingen onderzoeken wat het beste voorbeeld zou kunnen zijn. Met een eerste voorkeursverdeling gingen we de nacht in. De volgende ochtend lagen de voorkeuren duidelijk anders. De nacht had raad gebracht (inclusief het gesprek aan tafel, de wijn, de strandwandeling …). Het voorbeeld werd snel gekozen.

 

Uitvragen van het voorbeeld. Het ging hier om de start van een MD traject voor middle managers. Deze houden een presentatie rond hun verbeterproject in de vorm van een markt met kraampjes. Het hoger management loopt rond, legt de deelnemers het vuur aan de schenen en beoordeelt uiteindelijk de projecten en de presentaties. Om die beoordeling voor te bereiden gaan de senior-managers naar een belendende zaal. Wanneer de opleider daar aanschuift merkt ze dat er heel denigrerend en lacherig over de deelnemers gesproken. De voorbeeldgeefster greep op dat moment in door dit gedrag te thematiseren en te vragen of dit te doen gebruikelijk was en wat dat betekende voor Management Development.

 

Voor de verplaatsing zette ik de gebruikelijke vragen op de flipover, maar ik voegde er enkele vragen aan toe die afgeleid zijn van de verschillende begrippen in de uitgangsvraag:

 

Wat zou jij voelen, denken en doen op dat moment?
Gaat het dan in dit voorbeeld over ons vak?
Waar in dit voorbeeld speelt dat vak?
Wat is dat vak?
Waarom noem je het een vak?
Wat is dan de waarde van de vakmatige handeling in dit voorbeeld?
Wie of wat bepaalt die waarde?
Dus wat is de waarde van ons vak?

 

Bespreken van de verplaatsing. Nadat ik één iemand in de grote groep op Socratische wijze had bevraagd/geplaagd ging men weer in viertallen uiteen. En daar ontsponnen zich intensieve onderzoeksgesprekken.

 

Essentie bepalen. We eindigden het onderzoek met het afmaken van de volgende zin:


De waarde van ons vak/kunst/professie is …


Daarbij gaf ik als aanwijzing dat ze hun pen het werk moesten laten doen, want die wist het wel. En dat leverde prachtige inzichten en volzinnen op. En toen kwam het gesprek echt op gang, want er lagen nogal wat verschillen. Maar ja: tijd is tijd.

 

En zo is het gelukt om in twee keer twee uur een mooi Socratisch Gesprek te voeren met een groep van 16 deelnemers. Vol verbazing vroeg ik achteraf enkele deelnemers hoe het toch kwam dat er tussentijds geen protesten opdoken of adviezen hoe ik het aan moest pakken. Dat gebeurde in andere sessie namelijk herhaaldelijk. “Ach”, zei men, “het is duidelijk een ander vak dan dat van ons en jij beheerst het als geen ander”. Wat bij mij de vraag opriep wat nu precies mijn vak is, wat de waarde daarvan is en of ik deze collega’s nu wel of niet als vakgenoten mag beschouwen.
 

Er zijn nog geen reacties op deze bijdrage.

Reageer op deze bijdrage

Uw naam
Uw email-adres
Uw reactie