Met losse teugels
Erik Boers wednesday 14 april 2010
Onlangs werd ik door een Nederlands kenniscentrum uitgenodigd om in het Engels een Diner Pensant te begeleiden. Dit denkdiner vormde de feestelijke afsluiting van een bijeenkomst waarin vertegenwoordigers van soortgelijke kenniscentra uit verschillende Europese landen een mogelijke samenwerking verkenden. De groep had een ideale omvang (12), de voorbereidingen gingen voorspoedig en de locatie was top: een prachtig zaaltje in Hotel Des Indes. Niets stond een vertrouwde aanpak in de weg. Maar toen …
De opdrachtgever had ermee ingestemd dat ik een deel van de middagsessie op hun kantoor meemaakte om de gespreksdynamiek te observeren. En wat daar gebeurde zette me aan het denken. Want na een korte formele aftrap staken de partijen gelijk van wal met uitgebreide powerpoints over hun organisaties, hun overheidsbeleid en de kwesties die er speelden. Heel informatief, maar een gesprek kwam niet op gang. Aan het eind van de rit kwam de Nederlandse organisatie met enkele voorstellen voor speerpunten en gezamenlijke projecten. Daarmee kwam een omzichtig diplomatiek steekspel op tafel: andere partijen moesten niet gepasseerd worden, er moest geen werk dubbel gedaan worden …. Wat gebeurde hier eigenlijk? Hoe zou een diner pensant hier überhaupt zinnig op aan kunnen sluiten?
Tijdens de rit naar Hotel des Indes besloot ik om het avondprogramma om te gooien. Het is onmogelijk om een open onderzoeksgesprek te voeren als de mensen in een verdedigende, kat-uit-de-boom-kijkende houding zitten. Eerst maar eens even de onderlinge vertrouwdheid bevorderen middels enkele korte persoonlijke gesprekjes aan de hand van wat prikkelende vragen. En zo zijn we het diner begonnen. Er ontstond al snel een geanimeerd gesprek in drietallen rondom vragen als:
• What did you oppose most when you were young?
• Are table manners important to you?
• Of what is independence the result?
• What is the value of imperfection?
Vervolgens maakte ik pas op de plaats, de kern van Vrije Ruimte: “Waar zijn we eigenlijk mee bezig en waar was het ons ook al weer om begonnen?” Dit luidde ik in met de vraag: Als je terugkijkt naar vanmiddag, hoe zou je dan omschrijven wat daar gebeurde? Gebruik daarbij eens een beeld. Iedereen kreeg de gelegenheid om dit in maximaal drie zinnen te schetsen. Daar doken mooie beelden op, bijvoorbeeld het ‘dansen rond de tassen in een discotheek’. Al improviserend gingen we verder. Een volledig Socratisch Gesprek was niet te realiseren, maar we konden wel op zoek gaan naar betekenisvolle vragen en essenties. Na het uitwisselen van de beelden bevroeg men elkaar over de achterliggende belevingen (het geworstel, het om de hete brij heen draaien, het voorkomend willen zijn). Dit gehoord hebbende nodigde ik de deelnemers uit in twee- of drietallen na te denken over de meest fundamentele vraag die zich opdringt als je die belevingen zo hoort. Er was één ristrictie: het mochten geen ‘hoe-vragen’ zijn. Daarbij verwees ik naar het schitterende boekje The answer to How? Is Yes!; acting on what matters van Peter Block. Als mensen een hoe-vraag stellen is er blijkbaar al ‘ja’ gezegd op de veel wezenlijker vraag naar het instemmen met de achterliggende idealen.
Er verschenen mooie vragen:
1. Do we need each other?
2. Do we want to collaborate?
3. Are we able to reinvent our field of work?
4. Do we all believe in the necessity for a different approach and do we have a common vision how to achieve that?
5. What do we want to achieve through our collaboration?
6. Is collaboration necessary for the change we intend?
Toen heb ik de teugels laten vieren. In plaats van 1 vraag centraal stellen en daar concrete voorbeelden bij zoeken, stond ik toe dat er drie vragen geselecteerd werden waaromheen een open onderzoekend gesprek ontstond. En het werkte. Hier had men behoefte aan: rustig met elkaar in gesprek over de kern van de zaak. Met als resultaat: wederzijds begrip, instemming met overwegingen en enkele ideeën over haalbare eerste stappen.
Bij het nakaarten toonde men zich dankbaar voor de begeleiding: er was een lijn in het gesprek vastgehouden, iedereen kon een bijdrage leveren en de toon bleef licht. “Aan het eind van het gesprek zijn we terecht gekomen bij een goed begin.”
Er zijn nog geen reacties op deze bijdrage.